|
|
De knobbelneus is hier goed te zien.
In tegenstelling tot Kopvoorn is de Serpeling in zijn geheel niet schuw.
Tijdens het wadend vissen zwemmen ze vlak voor je voeten. Werp je
lijn 6 á 7 m stroom opwaarts en strip de lijn gelijk met de stroomsnelheid binnen.
Als de lijn stopt dan snel maar rustig en kort aanslaan.
Wat je ook kunt doen is iets schuiner werpen op de strooming en laat
de strooming een kromming in je lijn trekken. Als de lijn ook hier
stopt dan op dezelfde manier aanslaan zoals ik al eerder zei, maar
gebruik dan ook de weerstand van het stromende water op je lijn. Dit
omdat je lijn in een boog in of op het water ligt. Al zou je na het
aanslaan je hengel heffen dan moet je heel snel eerst de boog in je
lijn binnen strippen met als gevolg geen contact met de vis meer.
Laat in dit geval je hengeltop dus laag boven het water en strip de
vis onder water binnen. De weerstand van de strooming en de vis houdt de lijn strak.
|
|
|
|